Yes, het is gelukt! We hebben een kano geregeld! Het duurde even maar nu kunnen we de Surinamerivier verder verkennen op precies de manier die wij tof vinden 😀
Mede-zeiler Cor is zo vriendelijk om ons met kano en al naar Brokopondo te brengen. Dit dorp ligt vlakbij het stuwmeer, 115 km stroomopwaarts vanaf Tutti. Waarschijnlijk gaan we drie of vier dagen erover doen om terug te peddelen naar Domburg.
Wat nemen we mee? Een tent met toebehoren, een vage handgetekende kaart van de rivierloop, een zak voer en wat kleding. Geen idee waar we gaan slapen onderweg. Gelukkig hebben we op de kaart wel de afstanden tussen de dorpen geschreven, dan weten we wanneer het verstandig is een slaapplek te gaan zoeken.

Hier kun je op Googlemaps de rivierloop en onze slaapplekken zien

Dag 1: Brokopondo naar Klaaskreek

Maandagochtend 11:00 glijden we onze eerste meters door het water. We voelen ons uitgelaten, het is gelukt! Iemand wilde zijn kano uitlenen, iemand wilde ons brengen, en we hebben ons niet gek laten maken door alle afwijzingen; te lang, te eng, lukt niet, kan niet.
Nu varen we hier, zo vrij als een vogel. Twee kanten dik oerwoud barstensvol dieren en in geen velden of wegen mensen of drukte. We gaan op avontuur en denken dat het lukt al blijft het een gok.
Omdat we in Nederland ook af en toe zo’n kanotocht deden komen we al snel in ons ritme. Bart als stuurman achterin, ik roep af en toe hoe ver we nog te gaan hebben naar het volgende dorp. We merken duidelijk dat we meer landinwaarts zijn. De rivier is smaller, het water helderder, de oevers steiler en de bomen hoger.
Na 14 kilometer komen we de eerste nederzetting tegen. Donkere blote jongetjes zwaaien en roepen uitbundig. We maken een praatje met een mevrouw die in de rivier de vaat aan het doen is. Als we verder varen horen we een nieuw vogel geluid. Na een poosje boomstaren zien we een vreemde vorm vogel wegvliegen. Later zien we deze vogel gelukkig nog een paar keer om het zeker te weten: de Toekan!
Het wordt onderhand alweer tijd om na te denken over een slaapplek. Om 18.45 gaat de zon onder en wordt het echt donker. Eind van de middag komen we langs het ‘bruisend’ adventure terrein Berg en Dal. We treffen er welgeteld 1 persoon. Het is de oppasser die ons hoopvol vertelt dat er heus wel weer een keer toeristen komen. Nadat we een duik hebben genomen besluiten we toch verder te varen. Het volgende dorp is 5 kilometer verderop, dat halen we nog wel vandaag.
Onderweg ondervragen we een visser die zijn netten uitzet langs de kant. We peddelen nog even de mooie kreek in waar hij net uit kwam gevaren. In de kreekjes bruist het nog meer van leven en vaar je echt ín het oerwoud. Leuk om af en toe als afwisseling te doen.
In Klaaskreek landen we op een soort privéstrandje. Vlak daarnaast is de veerdienst: een hele lange houten kano (korjaal) met een buitenboordmotor erachter. Het dorpje aan de overkant is alleen te bereiken per korjaal dus er staat een hele bult auto’s langs de weg.
Na wat overleg met een meneer in een hangmat blijkt dat we hier best onze tent op kunnen zetten vannacht. Mooizo, dan kunnen we nu op jacht naar eten. Op aanraden van een bootsman nemen we onze pagaaien (peddels) mee zodat niet ineens een of andere onverlaat er met onze kano vandoor gaat. In Klaaskreek worden we bekeken als vreemde diersoort. Stoere jongens durven het om je heen te joelen, kleine meisjes zeggen het en duiken snel giechelend weg: “bakra’s! bakra’s!” (witte mensen). Nouja zeg, tsss…
Een stoere rasta man roept de mama van het dorp uit haar kerkkoor repetitie om ons haar laatste bami te verkopen. ‘Lame-even-opwarmen’ zegt de vrouw en duikt een hutje in. Terug bij de kano eten we bami op een bankje. De visser van eerder vandaag is ook gearriveerd en drinkt naast ons op het bankje ons bier op. De rust wordt enkel onderbroken door het kirren van een boomkikker.

Dag 2: Klaaskreek naar  Big man

Voor dag en dauw klappen we de tent op en gaan weer te water. We ontbijten bij zonsopgang in de mist, midden op de rivier: fantastisch! We willen de vroege uren goed benutten omdat het natuurlijk allerbarstens warm wordt overdag. De eerste etappe vandaag is een lange. 24 kilometer zonder enig dorp of nederzetting. Omdat we steeds minder stroom mee hebben is het wel even doorpeddelen in de warmte. Bart heeft een truc om koel te blijven: voordat hij zijn blouse met lange mouwen aantrekt doorweekt hij ‘m eerst met rivierwater. Gelukkig krijgen we ook af en toe een regenbui over ons heen. Alhoewel het uitzicht best eentonig kan zijn vervelen we ons geen moment. We zijn constant alert op geruis in de struiken of vogel geroep. Als er dan één van ons een aap ziet peddelen we heel stil naar de kant en laten ons heel langzaam voorbijdrijven. Omdat je zo geruisloos bent met een kano blijf je onopgemerkt en kun je hele families aap van boom naar boom zien springen.
De lange etappe eindigt in Phaedra. We denken dat dit misschien een geschikt dorp is om te overnachten dus gaan op verkenning uit. Het blijkt een goudzoekersdorp te zijn. Op veel plekken in het binnenland wordt de zandbodem opgespoten en door een zeef gehaald om met behulp van kwik het goud eruit te halen. Ik was al eerder op zo’n plek en krijg er een naar gevoel van. Naast dat het oerwoud wordt vernield heerst er ook een vreemd sfeertje bij de werknemers. Het zijn vooral jongens uit Brazilië die hier werken en er hangen vaak wat schaars geklede dames omheen. Ook hier treffen we inderdaad een Braziliaan die alleen maar Spaans spreekt en ons niet verder kan helpen. Vanwege de tijd wordt het wel flink doorroeien naar het volgende dorp maar híer gaan we liever niet overnachten.
En dan is daar langs de kant ineens een open plek met een groot huis erop. In de rivier staan wat vissers, we vragen of hier misschien een dorp is of een plek om iets te eten. De vissende mannen blijken Snorrie en Ridju te zijn. Ze verwijzen naar een Creoolse man langs de kant: Big man (‘biek màn’). Hij is de beheerder van deze plek. Het duurt even voordat ze snappen wie we zijn en wat we komen doen. Het duurt ook even voordat wij hen genoeg vertrouwen om  te besluiten hier de nacht door te brengen. Maar na dat wederzijdse aftasten wordt het erg gezellig. Snorrie, die eigenlijk Harrold heet, en zijn schoonzoon Ridju logeren hier voor een paar nachten om te jagen in het bos. Ze laten met plezier hun geweer zien en vertellen hoe het werkt. Big man beheert dit terrein en is zeer behulpzaam in het vinden en schoonmaken van onze kampeerplek. Er staan een aantal verwaarloosde arbeidershuisjes waar we in mogen, maar we zetten liever de tent op aan de rand van de rivier. Omdat er totaal niks van een dorp in de buurt is, is het de normaalste zaak om samen eten te maken. Iedereen legt wat in: wij hebben nog wat tomaten en pinda’s, Ridju en Snorrie hebben verse vis en Big man plukt wat groentes uit de tuin. We koken samen, ik veeg de vloer aan en we kletsen veel over van alles en nog wat. Als we in het donker naar de tent lopen kunnen we goed zien waar we heen moeten. Big man heeft er een olielamp neer gezet, het enige lichtje in een pikdonkere jungle.   

Dag 3: Big man naar Overbridge

We staan weer vroeg op en zijn natuurlijk heel benieuwd of de mannen wat geschoten hebben. Helaas voor hen is de achterbak leeg, ik vind het eigenlijk wel prima zo J. We laten nog wat voedsel en drankjes voor hen achter als dank voor ons verblijf en glijden dan het water weer in. We moeten opschieten want er komt bijna ‘tegenwater’ zoals Harrold ons waarschuwde. Vandaag hebben we voor het eerst weer te maken met de eb en vloed stroom van de oceaan. We hebben twee uur om zo ver mogelijk richting het eerstvolgende dorp te komen. Dat halen we uiteraard niet dus peddelen we fijn tegen de stroom in. Als de stroom bijna te sterk wordt om nog fatsoenlijk vooruit te komen is er gelukkig een plek om even te stranden. We zien een soort resort en een groep Nederlanders die op het punt staat in de bus te stappen voor hun volgende uitje. De gastvrouw verwelkomt ons allerhartelijkst. We mogen mee eten van de restjes van het ontbijt en ze vraagt honderduit over onze avonturen. Als dank voor het onthaal vegen Bart en ik de enorme betonnen vloer van de eetzaal. Ondertussen is de stroom van de rivier ons weer gunstig gezind en kunnen we verder. We zijn nog maar even op weg als we, alert op dieren als altijd, iets zien bewegen op een overhangende tak. Barts wens komt in vervulling: het is een slang! Hij is dun maar erg lang. Uiteraard moeten we een paar keer terugroeien om ons opnieuw onder de slang door te laten drijven. Geen van de keren besluit hij bij ons aan boord te stappen, erg prettig.
Elke dag zien we apen. Soms liggen we een half uur tegen de kant aan om een hele groep apen te observeren. Moeders met baby’s op hun rug springen door de bomen. Een enkeling komt erg dichtbij, tot dat hij door de rest van de groep wordt teruggeroepen. We hebben inmiddels al vier soorten gezien en krijgen er maar geen genoeg van.
Na bijna drie dagen roeien slaat bij mij de vermoeidheid een beetje toe. Ik heb weer eens mijn ‘over-de-helft-maar-nog-geen-eind-in-zicht’ dip. Als je goed de verslagen leest van onze oversteken zie je dat ik er dan ook altijd last van heb, haha. Gelukkig is Bart onvermoeibaar. Hij wil nog steeds alle kreekjes in die hij ziet en heeft er geen moeite mee om een poosje alleen te roeien.
Wat het overnachten betreft is het vandaag niet zo heel spannend. Precies na de dagafstand van 30 kilometer is er Overbridge. Dit is een plek waar, naast Nederlandse stagiaires, ook veel mensen uit Paramaribo in het weekend komen zwemmen en chillen. Er is een heus loket waar we ons moeten aanmelden als bezoeker en de prijzen voor verblijf en de kampeerplek liegen er niet om. We wilden eigenlijk een low-budget-uitje dus zeggen dat we er nog even over nadenken. Toch gaat de knop al snel om. We hebben nog geen cent uitgegeven dus we gaan heerlijk genieten van deze plek. Als we terugkomen bij het loket heeft de dame met haar bazin gesproken. De bazin is zo enorm enthousiast over datgene wat we aan het doen zijn (geen Surinamer haalt het in z’n hoofd om de rivier af te zakken in een kano) dat ze ons prompt korting geeft. De korting jassen we er vervolgens doorheen door heerlijk ‘luxe’ neer te zakken in een eettent met bami en patat.

Dag 4: Overbridge naar Waterland – Domburg

Vanwege het getij gaan we er weer lekker vroeg uit. Om 6:30 zitten we in de kano en genieten weer van een heerlijk stille ochtend. Het water is zo spiegelglad ‘s morgens dat je de lucht haarscherp kunt zien in het water naast de boot. Een heel tof gevoel om zo door de wolken heen te peddelen.
In de uren dat we stroom mee hebben of lichte stroom tegen lukt het ons om bij de brug van Paranam te komen. Bij deze brug hebben we met Tutti al eens overnacht dus vanaf hier is het bekend terrein. Met Tutti konden we destijds niet onder deze lage brug door. Nu zijn we hier weer en hebben 100 kilometer meer van deze rivier kunnen zien, tof!
Als de stroom te sterk wordt en de zon te warm zoeken we een plek in de schaduw om een paar uur te wachten. We knopen de kano half onder de bosjes aan een paar takken en pakken onze leesboeken erbij. Gelukkig gaat het nog even regenen, dat zorgt voor wat verkoeling.
Als ik net ben aanbeland bij een spannende scene uit ‘Harry Potter and the Chamber of Secrets’ word ik uit mijn concentratie gehaald door iets geks aan de horizon. ‘Wat is dat nou? Een zeil?!’ ‘Dus toch!’ 😀 We wisten dat mede-zeilers Laurens en Kitty van plan waren om een paar dagen bij de brug te gaan liggen en nu komen ze aanzeilen, leuk! We roeien naar ze toe en worden aan boord getakeld. Na heerlijk ijskoud water uit hun koelkast te hebben gedronken maakt Bart vanuit de kano nog wat blitse foto’s van Tiago onder zeil. Dan moeten we snel weer door want zoveel tijd hebben we nou ook weer niet voor de laatste etappe. Dat laatste stuk krijgen we niet cadeau: dikke tegenwind. Denk je rustig met de stroom mee te dobberen, heb je dit weer. Doordat de stroom tegen de wind in gaat ontstaan er gekke steile golfjes. Het lijkt het IJsselmeer wel. Na een uur tegen de golven in beuken arriveren we extra trots bij het strandje van Waterland. Bij dit resort hebben we de kano gehuurd en de eigenaar staat ons al glimmend op te wachten. We krijgen een rondje van de zaak en hij wil alle details horen van onze tocht. Ook als we weer terug zijn bij de ankerplek is iedereen benieuwd en zitten we nog lang in de sailorsbar met iedereen te kletsen. Dat is nog eens thuiskomen, heerlijk!